Cd van de week: Romance at Short Notice
Laat het voor eens en altijd gezegd zijn dat Carl Barat er heel wat meer van bakt dan zijn oude Libertines-maatje Pete Doherty.
Waar Doherty er alles aan doet om zijn groep Babyshambles artistiek en organisatorisch om zeep te helpen, voert Barat zijn Dirty Pretty Things op een misschien wat minder mediawaardig, maar evenwichtiger pad naar roem en erkenning.
Na het aarzelende debuut Waterloo To Anywhere is het in Los Angeles opgenomen Romance At Short Notice een flinke sprong voorwaarts.
Niet omdat Dirty Pretty Things nu opeens een gladde rockband is geworden, maar om de urgentie en het fanatisme waarmee Barat de diverse skeletten uit zijn kast tovert.
Meer dan ooit klinkt hij als de artistieke nazaat van The Clash-zanger Joe Strummer, met een ongeremd raspende stem en muziek die alle kanten uit gaat maar toch telkens weer samengebonden wordt door een dwingend rock & rollgevoel.
In Hippy’s son tackelt hij de frustraties uit zijn jeugd, met de nieuwverworven kennis dat tederheid geen zwakte is. Tired of England confronteert andere bands die altijd maar zeuren over Britse onhebbelijkheden (Morrissey, Kaiser Chiefs?) met een positieve blik op het vaderland.
De muziek varieert van frivool in het huppeldeuntje met lalala-koor Plastik hearts tot uiterst heftig in de garagerockexplosie Chinese dogs. Niet alles is even sterk, met name als bassist Didz Hammond zijn sentimente hart mag laten spreken in zwijmelballade The North.
Daar staat tegenover dat tweede gitarist Anthony Rossomando geen modderfiguur slaat als hij in het lawaainummer Kicks or consumption de microfoon grijpt. Romance At Short Notice is Dirty Pretty Things’ London Calling: veelzijdig, rijk aan emotie en rockend als een speer.